Ondanks een Europese titel in 1966 bij de all-rounders reed hij de eerste jaren in de schaduw van Kees Verkerk. Maar nadat coach Leen Pfrommer het tweetal (dat bij internationale toernooien altijd een kamer deelde) uit elkaar had gehaald, begon zijn formidabele opmars.
Van 1970 tot en met 1972 was hij onbetwist de sterkste schaatser ter wereld.
Grote indruk maakte hij op de Olympische Winter Spelen van 1972 in Sapporo toen hij zegevierde op de 1.500, 5.000 en 10.000 meter. Een opmerkelijke val op de 500 meter pal na de start beroofde hem van zijn kansen op een vierde gouden medaille. Schenk zelf achtte zijn wereldtitels als all-rounder overigens van hogere waarde dan zijn Olympische medialles.
Zijn erelijst is indrukwekkend. Ard Schenk werd wereldkampioen in 1970, 1971 en 1972, Europees kampioen in 1966, 1970 en 1972 en Nederlands kampioen in 1965, 1968 en 1970. Hij behaalde de zilveren medialle op de 1.500 meter bij de Winter Spelen van 1968. Bij de WK sprint werd hij in 1971 en 1972 derde. Hij verbeterde zeventien keer een wereldrecord. Als eerste reed hij op de 10.000 meter onder de 15 minuten. Drie keer werd hem de prestigieuze Oscar Mathosen trophee toegekend (1970 - 1972). Als chef de mission leidde hij de Nederlandse ploeg naar de Winter Spelen van 1992, 1994 en 1998.